Vervaardiging
Omschrijving: |
| 1. |
Een stalen hulpbuis, voorzien van een voetplaat,
wordt op het maaiveld
geplaatst. |
| 2. |
De buis wordt ingebracht door middel van het heien
op de bovenzijde van de
buis. |
| 3. |
Na het bereiken van het gewenste niveau wordt
de wapening in de buis
afgehangen, nadat gecontroleerd is of de buis droog en vrij van grond is. |
| 4. |
De buis wordt gevuld met betonspecie. |
| 5. |
De buis wordt getrokken door middel van terugheien
met een heiblok
(standaard Terracon-methode) of trillen met een trilblok c.q. (ring)vibrator
bij
zwaar heiwerk. |
| 6. |
De paal wordt afgewerkt en de stelling kan verplaatst
worden. |
| |
|
| Materieel |
| 1. |
Gegevens stelling |
| |
a. |
Junttan PM25, PM26, PM30, Hitachi KH 180 GLS,
CX 700 GLS of
Woltman 900 HPDR. |
| |
b. |
Zwaarste onderdeel: circa 0,30 à 1,5 MN,
afhankelijk van het stellingtype. |
| |
c. |
Wijze van transport naar de bouwplaats: dieplader. |
| |
d. |
Benodigd hulpmaterieel: shovel t.b.v. horizontaal
transport op de bouwplaats, bij moeilijk bereikbare paallocaties wordt soms
gebruik gemaakt van
een hulpkraan of betonpomp. |
| |
e. |
Wijze van transport op de bouwplaats: zelfrijdende
funderingsmachine. |
| |
f. |
Maximale begaanbare helling: 1:7. |
| 2. |
Capaciteit inbrengmaterieel |
| |
Hydraulische heiblokken (Junttan HHK 5A, 6A en
9A) en hydrohammers
(IHC S35, S70 of S90) met een hei-energie tot 100 à 120 kNm. |
| 3. |
Trillingsniveaus |
| |
Dit systeem kan niet als trillingsarm worden aangemerkt. |
| 4. |
Geluidsniveaus |
| |
Tot maximaal circa 105 à 107 dB(A) op 10
m1. De frequentie van het geluid is relatief hoog. |
| |
|
| Karakteristieke eigenschappen |
| 1. |
Dwarsafmetingen |
| |
De volgende afmetingen voor de uitwendige schachtdiameter
worden min of
meer standaard toegepast: Ø 273 mm, 305 mm, 324 mm, 356 mm, 406 mm,
457 mm, 508 mm, 559 mm en 609 mm. De maat van de voetplaat is in de regel
40 à 50 mm groter dan bovengenoemde afmetingen maar is echter in vrijwel
iedere gewenste afmeting verkrijgbaar. |
| 2. |
Mogelijke paallengte |
| |
Tot maximaal ca. 42 m1. |
| 3. |
Gebruikelijke wapening |
| |
a. |
Hoofdwapening: 4 Ø 10 mm tot 10 Ø 25
mm; zware wapening zelfs tot Ø 32 mm.
Eventueel kunnen staalprofielen of voorspanstaven worden aangebracht. |
| |
b. |
Spiraalwapening: Ø 8 mm tot Ø 16
mm met een spoed van minimaal 300 tot
1000 mm. |
| |
c. |
Verdiept afhangen wapeningskorven mogelijk. |
| |
|
| Draagkracht/vervormingsgedrag |
| 1. |
Grondmechanische draagkracht |
| |
a. |
Paalklassefactoren conform NEN 6743: |
| |
|
• |
Paalpunt
αp = 1,0
β = 1,0 bij de standaardbuis-/voetplaatafmetingen. Bij relatief grote voet-plaatafmetingen
moet een lagere factor in rekening worden gebracht, overeenkomstig norm NEN
6743. |
| |
|
• |
Schachtwrijving
αs = 0,012 bij trillend uitgetrokken buis
αs = 0,014 bij heiend uitgetrokken buis (standaard Terracon-methode). |
| |
b. |
Aanvullende bepalingen bij berekening paaldraagkracht:
niet van toepassing. |
| |
c. |
Last-vervormingsgedrag: overeenkomstig type 1
van NEN 6743. |
| |
d. |
Belastingsspectrum: tot maximaal circa 5000 kN
druk (rekenwaarde). |
| 2. |
Wat wordt als paalpuntniveau aangemerkt? |
| |
Niveau voetplaat. |
| 3. |
Mogelijkheden voor reductie van de negatieve
kleef |
| |
Door middel van het toepassen van een Terra-combi-paal (prefab
betonkern, voorzien van een bentonietomhulling in de samendrukbare bodemlagen). |
| |
|
|
| Mogelijke toepassingen |
| 1a |
Toepasbaarheid bij grote variatie in de
bodemgesteldheid |
| |
Goed, in verband met variabele paallengte en verkrijgen
van kalender-gegevens
bij het inbrengen van palen. |
| 1b. |
Toepasbaarheid bij slappe bodemlagen |
| |
Bij de aanwezigheid van zeer slappe bodemlagen
wordt overleg met Terracon
geadviseerd in verband met het treffen van mogelijk aanvullende maatregelen
voor de toepassing van dit paalsysteem. |
| 2. |
Mogelijke schoorstanden |
| |
• |
Voorover: maximaal 4:1, een en ander afhankelijk
van het stellingtype. |
| |
• |
Achterover: maximaal 3:1. |
| 3. |
Uitvoering in beperkte ruimte |
| |
Niet mogelijk. |
| 4. |
Minimale hart-op-hart-afstand in verband
met uitvoering |
| |
Circa 2,5 x d voet , indien de belendende palen
een ouderdom van minimaal één
dag hebben bereikt (BRL-2356 (K237/01): 20 uur). |
| 5. |
Minimale tussenafstand tot belendingen
in verband met uitvoering |
| |
Minimaal circa 0,8 à 0,9 m1. Indien de
stelling een hoek moet maken met de
gevellijn, moet rekening worden gehouden met een grotere afstand. |
| 6. |
Mogelijke uitvoering vanaf open water |
| |
Uitvoering vanaf open water is in principe mogelijk,
met name indien een
combinatiepaal wordt toegepast. |
| 7. |
Geschiktheid als trekpaal |
| |
Goed geschikt, de palen zijn over de volledige
lengte van zware wapening te
voorzien. |
| 8. |
Aanvullende bepalingen/opmerkingen |
| |
Het is overeenkomstig de norm (NVN 6724) niet
toegestaan de paalschacht
beneden het werkniveau te beëindigen. |
| |
|
|
| Kwaliteit en veiligheid |
Terracon beschikt over een gecertificeerd kwaliteits-
en veiligheidszorgsysteem
volgens ISO 9001:2008, ISO 14001:2004 en VCA**.
Voor dit paaltype zijn geen beoordelingsrichtlijnen van KIWA voorhanden.
Gewerkt wordt met interne uitvoeringsrichtlijnen. De palen worden uitgevoerd
conform het projectgebonden kwaliteits- en veiligheidsplan, waar het keuringsplan
deel van uitmaakt. |