Typering
van het systeem
Grondverdringende trillingsvrij aangebrachte prefabbeton paal, vervaardigd met behulp van een achterblijvende schroevend ingebrachte, gietijzeren boorpunt.
|
Vervaardiging
Omschrijving: |
| 1. |
Een prefabbeton paal, voorzien van een gietijzeren boorpunt, wordt geplaatst op het maaiveld. |
| 2. |
De prefabbeton paal wordt schroevend op diepte gebracht door het aanbrengen van een axiale druk en een draaimoment. |
| 3. |
Optioneel kan tijdens het boren, via injectieopeningen in de boorpunt, grout worden geïnjecteerd ter vergroting van het paaldraagvermogen en smering tijdens het boren. |
| 4. |
Bij het bereiken van het gewenste paalpuntniveau wordt de prefabbeton paal losgekoppeld, optioneel kan de prefab paal ook verdiept ten opzichte van het maaiveld worden weggeboord. |
| 5. |
De gietijzeren boorpunt blijft achter in de grond en fungeert als paalpunt. Optioneel kan de paalschacht en/of paalpunt worden nageïnjecteerd ter vergroting van het paaldraagvermogen. |
| 6. |
De paal is gereed en de stelling kan verplaatst worden. |
| |
|
| Materieel |
| 1. |
Gegevens stelling |
| |
a. |
Gehanteerde typen: Junttan PM 26, PM 30, Hitachi CX700 GLS, Fundex F3500 en Woltman 900 HPDR. |
| |
b. |
Zwaarste onderdeel Junttan PM 26: 0,50 MN, Junttan PM 30: 0,60 MN, Woltman 900 HPDR: 1,50 MN. |
| |
c. |
Wijze van transport naar de bouwplaats: dieplader. |
| |
d. |
Benodigd hulpmaterieel: shovel t.b.v. horizontaal transport op de bouwplaats, bij palen met (na)injectie is tevens een groutinstallatie of betonpomp benodigd. |
| |
e. |
Maximaal begaanbare helling: 1:7 à 1:10. |
| 2. |
Capaciteit inbrengmaterieel |
| |
Vermogen boormotoren: |
| |
• |
Draaimoment: 400 à 450 kNm. |
| |
• |
Axiale drukkracht: 300 à 500 kN, afhankelijk van het stellingtype. |
| 3. |
Trillingsniveaus |
| |
Dit systeem kan als trillingsvrij worden aangemerkt. |
| 4. |
Geluidsniveaus |
| |
Circa 80 à 85 dB(A) op 10 m1. |
| |
|
| Karakteristieke eigenschappen |
| 1. |
Dwarsafmetingen |
| |
Uitwendige schachtdiameter: ø 335 mm
Diameter schroefpunt: ø 450 mm |
| 2. |
Mogelijke paallengte |
| |
Tot circa 30 à 45 m1. |
| 3. |
Gebruikelijke wapening |
| |
a. |
Hoofdwapening: standaard wordt fabrieksmatig voorspanning toegepast voor transport van de prefabbeton-palen. Eventueel kan kopwapening en/of aanvullende voorspanning worden toegepast i.v.m. bijvoorbeeld trekbelastingen. |
| |
b. |
Spiraalwapening: conform specificaties leverancier prefabbeton-palen. |
| |
|
| Draagkracht/vervormingsgedrag |
| 1. |
Grondmechanische draagkracht |
| |
a. |
Paalklassefactoren conform NEN 6743-1: |
| |
|
• |
Paalpunt αp = 0,9 (1,0 in geval van (na)injectie)
β = 0,7 bij genoemde afmeting. |
| |
|
• |
Schachtwrijving
αs = 0,007. |
| |
b. |
Last-vervormingsgedrag: overeenkomstig type 1 van NEN 6743-1. |
| |
c. |
Belastingsspectrum: tot circa 2000 kN druk (rekenwaarde) en 700 kN trek (rekenwaarde). |
| 2. |
Wat wordt als paalpuntniveau aangemerkt? |
| |
Maximale diameter van de boorpunt. |
| 3. |
Mogelijkheden voor vergroting van de grondmechanische draagkracht |
| |
Het gebruik van injectie tijdens het boren en/of nainjectie ter vorming van groutomhulling in de draagkrachtige zandlagen. |
| 4. |
Mogelijkheden voor reductie van de negatieve kleef |
| |
Mogelijk door toepassing van een bentonietinjectie tijdens het boren in de slappe lagen (zie het infoblad van de Terra-Combi-paal). |
| |
|
|
| Mogelijke toepassingen |
| 1a |
Toepasbaarheid bij grote variatie in de
bodemgesteldheid |
| |
Mogelijkheid toepassen koppelbare prefabbeton-palen. Door registratie van het draaimoment, axiale drukkracht en boortijd komt informatie beschikbaar omtrent de vastheid van de funderingslagen. |
| 1b. |
Toepasbaarheid bij slappe bodemlagen |
| |
Zeer goed, geen gevaar voor insnoeringen of uitstulpingen. |
| 1c. |
Toepasbaarheid bij verdiept wegboren |
| |
Zeer goed, de prefbeton-paal kan verdiept ten opzichte van het maaiveld worden weggeboord. |
| 2. |
Mogelijke schoorstanden |
| |
• |
Voorover: maximaal tot 3:1. |
| |
• |
Achterover: maximaal tot 4:1. |
| 3. |
Uitvoering in beperkte ruimte |
| |
• |
Onder hoogtebeperking in bepaalde omstandigheden mogelijk (o.a. Gekoppelde Fluister©®-paal). |
| |
• |
Op smalle bouwplaatsen waar manoeuvreren met standaardmaterieel niet mogelijk is, kan in overleg worden gekozen voor een compacte funderingsmachine. |
| 4. |
Minimale hart-op-hart-afstand in verband
met uitvoering |
| |
Circa twee maal de diameter van de schroefpunt. Door prefabbeton-paal geen verhardingstijd van de paalschacht. |
| 5. |
Minimale tussenafstand tot belendingen
in verband met uitvoering |
| |
Minimaal 0,8 à 0,9 m1. |
| 6. |
Mogelijke uitvoering vanaf open water |
| |
Mogelijk. |
| 7. |
Geschiktheid als trekpaal |
| |
Goed; palen zijn volledig te wapenen of kunnen worden voorzien van blijvende voorspanning. Door middel van (na)injectie met een groutspecie is een hogere schachtwrijving te bewerkstelligen. |
| |
|
| Kwaliteit en veiligheid |
Terracon beschikt over een gecertificeerd kwaliteits-
en veiligheidszorgsysteem
volgens ISO 9001:2008, ISO 14001:2004 en VCA**.
Voor dit paaltype zijn geen beoordelingsrichtlijnen van KIWA voorhanden.
Gewerkt wordt met interne uitvoeringsrichtlijnen. De palen worden uitgevoerd
conform het projectgebonden kwaliteits- en veiligheidsplan, waar het keuringsplan
deel van uitmaakt. |